Paragrafen

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de risico's die de gemeente loopt. De belangrijkste risico’s zijn in deze paragraaf opgenomen. De lijst moet worden beschouwd als een zo goed mogelijke inschatting op basis van de beschikbare informatie. Ingeschat wordt hoe groot de kans is dat de risico’s zich inderdaad voordoen. Op grond van de financiële verordening worden risico's beoordeeld naar kans volgens onderstaande tabel:

Score

Risicokans

Gemiddelde risicokans

1. Laag

  0% - 25%

12,50%

2. Gemiddeld

25% - 50%

37,50%

3. Hoog

50% - 75%

62,50%

4. Zeer hoog

75% - 100%

87,50%

Risico’s met de score ‘Zeer hoog’ doen zich vrijwel zeker voor en moeten worden afgedekt door het vormen van een voorziening. Er bestaan ook risico’s die door de hoogte niet afgedekt kunnen worden door de gemeente zelf. Waar mogelijk worden deze risico’s bij een verzekeraar ondergebracht. Dit geldt bijvoorbeeld voor aansprakelijkheid en brandschade. Risico’s lager dan € 50.000 worden niet in de risico-inventarisatie betrokken. Deze worden gedekt uit de normale flexibiliteit van de bedrijfsvoering.
Tot en met de begroting 2026 werd de benodigde weerstandscapaciteit berekend als gewogen gemiddelde. Per risico werd de maximale schade vermenigvuldigd met de gemiddelde kans. Vervolgens werden de uitkomsten opgeteld. Met ingang van deze begroting wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald met een Monte Carlo-simulatie. Daarbij worden 10.000 mogelijke begrotingsjaren doorgerekend. In elk gesimuleerd jaar wordt per risico op basis van de kans bepaald of het zich voordoet. Doet een risico zich voor, dan wordt de schade bepaald als een bedrag tussen nul en de maximale schade. De optelsom per jaar levert een verdeling van de totale jaarschade op. De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat in 90% van de gesimuleerde jaren toereikend is. Dit zekerheidspercentage is bij Nederlandse gemeenten gebruikelijk. Deze werkwijze geeft een realistischer beeld dan het gewogen gemiddelde, omdat rekening wordt gehouden met het gegeven dat risico's zich niet allemaal tegelijk en niet allemaal maximaal voordoen.
Hierna volgt een samenvatting van de inventarisatie van de risico’s die niet op een of andere manier zijn ondervangen (waar geen voorziening voor is gevormd of verzekering voor is aangegaan) en die een financieel gevolg kunnen hebben.

Risico-inventarisatie

Risico's

Kans

%

Maximale schade (€)

1. Investeringsprojecten

Hoog

62,50%

1.650.452

2. BTW en VPB

Laag

12,50%

3.788.000

3. Juridische claims

Laag

12,50%

250.000

4. Vaste formatie zonder structurele dekking

Laag

12,50%

312.607

5. Veiligheidsregio Kennemerland

-

100%

78.500

6. Gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland (Spaarne Werkt)

Hoog

62,50%

550.872

7. BUIG-budget

Hoog

62,50%

248.376

8. Gemeentefonds (btw-compensatiefonds)

Gemiddeld

37,50%

980.000

9. Garantstellingen leningen

Laag

12,50%

2.243.000

10. Cyber- en informatiebeveiliging

Gemiddeld

37,50%

1.000.000

Maximale schade

11.101.807

Benodigde weerstandscapaciteit (B)

Zekerheid

Benodigde capaciteit (€)

50%

1.400.000
12,50%

75%

2.200.000
37,50%

90%

3.100.000
62,50%

95%

3.900.000


De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt bij een zekerheid van 90% € 3,1 miljoen. Ter vergelijking: de tot en met 2026 gehanteerde berekening (kans maal maximale schade) zou op € 3,2 miljoen uitkomen.

Hieronder worden de risico's verder toegelicht.

1. Investeringsprojecten

Omschrijving

Bij de uitvoering van het investeringsprogramma kan een krediet ontoereikend blijken door aanbestedingsresultaten, prijsstijgingen of vertraging. Het programma 2027 omvat zestien projecten met een bruto omvang van € 12.063.390. Uit de eigen analyse over 2022 tot en met 2025 blijkt dat gemiddeld 30% van het programma niet in het begrote jaar volledig tot uitvoering komt. Vertraagde projecten worden uitgevoerd tegen een hoger prijspeil dan waarop het krediet is berekend. Netcongestie kan die vertraging vergroten, doordat de beschikbaarheid van transportcapaciteit bepalend is voor het moment waarop een project kan worden gerealiseerd. De kans dat zich in enig jaar een overschrijding voordoet die om een aanvullend krediet vraagt, wordt daarom als hoog ingeschat.

Impact

Grondslag is het investeringsprogramma 2027 van € 12.063.390, verminderd met de rioolvervangingsprojecten van € 1.060.375, die uit de voorziening riolering worden gedekt. De grondslag komt daarmee op € 11.003.015. De maximale schade is bepaald op een overschrijding van 15% over het programma als geheel. Dit komt neer op € 1.650.452. De impact wordt beperkt door actualisatie van ramingen bij iedere kredietaanvraag, tijdige aanmelding van projecten binnen het prioriteringskader netcongestie, sturing via de voortgangsrapportages en het expliciet voorleggen van aanvullende kredieten aan de raad.

2. BTW en VPB

Omschrijving

De gemeente heeft eind 2023 het convenant Doorontwikkeling Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst getekend. Het convenant is in 2026 voor drie jaar verlengd. De gemeente voert audits uit op de juistheid van de boekingen. Voor de vennootschapsbelasting geldt op basis van fiscale scans vanaf 2016 het standpunt dat de gemeente niet onderworpen is aan VPB. Dit standpunt wordt jaarlijks getoetst en het vpb-risico is op p.m. gewaardeerd. Ook met een convenant blijft een boekenonderzoek mogelijk, met correcties, belastingrente of een boete tot gevolg. De kans daarop is laag.

Impact

Over 2025 is € 5.907.000 aan btw gedeclareerd bij het btw-compensatiefonds en € 1.689.000 in vooraftrek genomen op aangifte, samen € 7.596.000. Dat bruto bedrag is geen risico: bij een boekenonderzoek wordt nooit de volledige declaratie gecorrigeerd. Uitgaande van de naheffingstermijn van vijf jaar is de maximale schade bepaald op een correctie van 10%: 10% maal vijf maal € 7.596.000 is € 3.798.000. De impact wordt beperkt door de jaarlijkse fiscale scan en vpb-toets, periodiek overleg met de Belastingdienst binnen het convenant en interne controle op de BCF-declaraties.

3. Juridische claims

Omschrijving

Voor de afhandeling van claims kan met succes een beroep worden gedaan op externe expertise, maar de uitkomsten van procedures blijven een onzekere factor. Nu de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt overeenkomsten over nadeelcompensatie aan te gaan, wordt dit ook standaard gedaan, waardoor de risico's tot een minimum beperkt blijven. Door het aangaan van zo'n overeenkomst neemt de initiatiefnemer het risico op zich. Bij schade die voortvloeit uit werkzaamheden van de gemeente zelf is die afwenteling niet mogelijk. De kans dat zich in enig jaar een niet-verhaalbare claim voordoet, wordt als laag ingeschat.

Impact

Uitgegaan wordt van een toewijzing van € 250.000. Daarin is naast de niet-verhaalbare nadeelcompensatie bij ruimtelijke besluiten ook rekening gehouden met schade uit eigen werkzaamheden en met de kosten van juridische bijstand. De impact wordt beperkt door standaard een overeenkomst over nadeelcompensatie met de initiatiefnemer, een juridische toets bij ruimtelijke besluiten en tijdige minnelijke afdoening.

4. Vaste formatie zonder structurele dekkingsmiddelen

Omschrijving

Uitgangspunt bij vaste formatie is dat deze wordt gedekt uit structurele middelen. Bij de begroting 2027 is dat niet altijd het geval. Als incidentele middelen komen te vervallen, komt de dekking uit de middelen voor de flexibele schil. De kans dat incidentele dekking in enig jaar wegvalt, wordt als laag ingeschat.

Impact

Voor € 312.607 aan formatie in de begroting is opgenomen waar geen structurele dekkingsmiddelen tegenover staan. De impact wordt beperkt door monitoring van de formatie en de dekking daarvan bij de reguliere P&C-momenten. Bij nieuwe taken volgt een voorstel aan de raad.

5. Veiligheidsregio Kennemerland (VRK)

Omschrijving

De VRK kwantificeert haar risico's jaarlijks in de eigen begroting en hanteert bewust een weerstandsratio van 0,7, omdat de deelnemende gemeenten als risicodrager een aandeel houden. Het niet afgedekte deel is daarmee een bufferbehoefte waarin de kansweging van de VRK al is verwerkt. Dat bedrag wordt volledig meegeteld. Een tweede kansweging zou tot dubbeltelling leiden. Om die reden zijn minimum en maximum gelijkgesteld en wordt geen kansklasse uit de verordening toegepast.

Impact

In de programmabegroting 2027-2030 van de VRK bedragen de gekwantificeerde risico's circa € 6,4 miljoen. Bij een weerstandsratio van 0,7 wordt daarvan € 4.455.000 binnen de regeling afgedekt en blijft circa 30% bij de deelnemende gemeenten liggen. Dat is € 1.920.000. Heemstede draagt in 2027 € 3.639.000 bij van in totaal € 88.988.000. Dat is 4,09%. Het aandeel van Heemstede komt daarmee op € 78.500. De impact wordt beperkt door sturing via de bestuurlijke vertegenwoordiging in het algemeen bestuur, de zienswijze op de kadernota en de begroting van de VRK en monitoring van de weerstandsratio van de VRK.

6. Gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland (Spaarne Werkt)

Omschrijving

De deelnemende gemeenten zijn Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Gemeenten maken op contractniveau met Spaarne Werkt afspraken over het realiseren van Sociale Werkvoorziening (SW)-plaatsen, Nieuw Beschut werk, inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en jongeren zonder startkwalificatie. De gemeenten ontvangen van het Rijk via de Integratie-uitkering Participatie gelden voor de WSW en Nieuw Beschut. De bijdrage aan het Participatiebedrijf wordt naar rato van deze gelden verdeeld. Op basis hiervan maakt de gemeente Heemstede in 2026 circa 6,3% uit van het totaal. Bij financiële tekorten zal Heemstede voor dit percentage worden aangesproken. Gelet op het operationele verlies in de jaarrekening 2025 wordt de kans op een aanvullende, nog niet begrote tekortbijdrage als hoog ingeschat.

Impact

De jaarrekening 2025 van Spaarne Werkt laat een operationeel verlies zien van € 2.186.000. Het aandeel van Heemstede van 6,3% komt daarmee op € 137.718 per jaar. Omdat een tekortbijdrage structureel doorwerkt totdat deze in de begroting is verwerkt, is gerekend met vier jaarlasten. De maximale schade komt daarmee op € 550.872. De impact wordt beperkt door de zienswijzeprocedure op kadernota's en begrotingen, ambtelijke en bestuurlijke betrokkenheid bij de besluitvorming over beschut werk en monitoring van de jaarstukken.

7. BUIG-budget

Omschrijving

De regelingen die uit het BUIG-budget worden bekostigd hebben een open-eindekarakter en zijn sterk conjunctuurgevoelig. Het rijksbudget wordt jaarlijks vastgesteld en kan afwijken van de feitelijke uitkeringslasten. De kans op een tekort in enig jaar wordt daarom als hoog ingeschat.

Impact

Het voorlopige BUIG-budget voor 2026 bedraagt € 4.967.519 inclusief loonkostensubsidie. Het budget voor 2027 is nog niet bekend. Het vangnet vergoedt getrapt: het tekort tot 7,5% van het toegekende budget komt volledig voor rekening van de gemeente, het deel tussen 7,5% en 12,5% wordt voor de helft vergoed en daarboven volledig. Het vangnet komt echter pas beschikbaar bij een meerjarig cumulatief tekort, waardoor een eerste tekortjaar onvergoed blijft. De maximale schade is bepaald op een volumeschommeling van 5% van het budget. Dit komt neer op € 248.376. De impact wordt beperkt door maandelijkse monitoring van het uitkeringsbestand, inzet op uitstroom via Spaarne Werkt en tijdige aanvraag van de vangnetuitkering.

8. Gemeentefonds (btw-compensatiefonds)

Omschrijving

De gemeente loopt het risico dat de inkomsten uit het gemeentefonds lager uitvallen door aanpassingen op rijksniveau. De provincie Noord-Holland geeft gemeenten toestemming structureel rekening te houden met de afrekening van het btw-compensatiefonds over het voorgaande jaar. Heemstede ontvangt over 2025 een afrekening van € 245.000 en heeft dat bedrag meerjarig als opbrengststelpost geraamd, ervan uitgaande dat er in de jaren 2026 tot en met 2030 evenveel uit het fonds wordt ontvangen als over 2025. Compenseren alle gemeenten samen meer btw dan in 2025, dan ontvangt Heemstede minder dan begroot. Andersom geldt hetzelfde: compenseren zij minder, dan valt de opbrengst hoger uit. De kans dat de afrekening lager uitvalt dan geraamd, wordt als gemiddeld ingeschat.                                               

Impact

De geraamde opbrengststelpost bedraagt € 245.000 per jaar. Blijft de afrekening over het voorgaande jaar volledig uit, dan wordt dat bedrag in het begrotingsjaar niet ontvangen. Omdat het wegvallen van deze structurele stelpost doorwerkt totdat dit in de begroting is verwerkt, is gerekend met vier jaarlasten. De maximale schade komt daarmee op € 980.000. De impact wordt beperkt door verwerking van iedere circulaire in de eerstvolgende rapportage uit de planning- en controlcyclus en terughoudend omgaan met stelposten.

9. Garantstellingen leningen

Omschrijving

De gemeente staat nog altijd garant voor een aantal leningen aan onder andere college Hageveld en verschillende sportverenigingen. Jaarlijks wordt zowel de begroting als de jaarrekening van de betrokken organisaties beoordeeld, maar de gemeente loopt desondanks een financieel risico doordat zij aangesproken kan worden door een geldverstrekkende instantie. De kans dat een organisatie, vereniging of andere instelling niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, wordt ingeschat op laag.

Impact

Het bedrag van de gegarandeerde geldleningen waarvoor de gemeente Heemstede garant staat bedraagt per 1 januari 2026 ongeveer € 8.973.000. Het gemiddelde bedrag per lening bedraagt ongeveer € 2.243.000. Dat bedrag is als maximale schade gehanteerd. Het gaat dan om één garantie die volledig wordt aangesproken. De impact wordt beperkt door jaarlijkse beoordeling van de begroting en jaarrekening van de gegarandeerde instellingen, het vastleggen van zekerheden en terughoudend beleid bij nieuwe garantstellingen.

10. Cyber- en informatiebeveiliging

Omschrijving

Cyberincidenten kunnen de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van gemeentelijke informatie en systemen aantasten en daarmee de gemeentelijke dienstverlening verstoren. Het risico omvat onder andere ransomware, datalekken, phishing, menselijke fouten, ongeautoriseerde toegang en incidenten bij leveranciers. De VNG benoemt ransomware, datalekken, phishing en incidenten bij leveranciers als belangrijke dreigingen voor gemeenten. Ook kunnen kwetsbaarheden bij externe leveranciers gevolgen hebben voor meerdere gemeenten. Gezien de toenemende afhankelijkheid van digitale systemen en de mogelijke gevolgen voor de continuïteit van de dienstverlening wordt de kans op een cyberincident met financiële gevolgen als gemiddeld ingeschat.

Impact

Een ernstig cyberincident kan leiden tot tijdelijke of langdurige verstoring van de dienstverlening en kosten voor onderzoek, herstel van systemen en gegevens, tijdelijke noodvoorzieningen, externe expertise, communicatie en juridische ondersteuning. Het systeembeheer loopt via de GR DIT en een belangrijk deel van de ICT-omgeving wordt gezamenlijk beheerd. Bij een incident binnen deze gedeelde ICT-omgeving komt circa 54% van de herstelkosten voor rekening van Heemstede. Als referentie geldt de ransomware-aanval bij de gemeente Hof van Twente, waarbij de totale schade circa € 4,2 miljoen bedroeg. Voor Heemstede wordt uitgegaan van een minder vergaand scenario. De maximale financiële impact is daarom bepaald op € 1.000.000.
Het risico wordt beperkt door een combinatie van organisatorische en technische maatregelen. Zo zijn onder meer een ISMS en risicoregister ingericht en wordt gebruikgemaakt van MFA, SSO, functiescheiding, patch- en kwetsbaarhedenbeheer, logging en monitoring en geteste back-up- en herstelvoorzieningen. Ook zijn beveiligingseisen voor leveranciers ingericht en wordt de werking van de maatregelen periodiek getoetst via ENSIA, audits en technische beveiligingstesten. Daarnaast wordt ingezet op bewustwording door middel van trainingen en phishingoefeningen. De gemeente werkt verder aan de verdere versterking van governance en risicomanagement en aan de implementatie van de Cyberbeveiligingswet.

Vervallen risico's ten opzichte van de programmabegroting 2026-2029

Bekostigingsregeling voor opvang van Oekraïense ontheemden. De regeling voor de opvang van Oekraïense ontheemden gaat per 1 januari 2027 over naar de doelgroep flexibele regeling (DFR). Deze regeling centraliseert eerdere losse geldstromen voor de opvang en huisvesting van specifieke groepen. Ook voorziet deze regeling in een vergoeding naar werkelijk gemaakte kosten per bestaande locatie en wordt aanvullend een normvergoeding per plek per dag vergoed voor indirecte kosten. De regeling heeft een looptijd tot en met maart 2030 en is daarom niet meer opgenomen in het benodigde weerstandscapaciteit.

Deze pagina is gebouwd op 09/24/2026 14:10:39 met de export van 09/24/2026 14:00:15