plus = nadeel, min = voordeel | ||||||||
Bedragen x € 1.000 | Rekening | Begroting | Meerjarenraming | |||||
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Lasten | 22.887 | 23.579 | 23.496 | 25.432 | 26.841 | 28.148 | ||
Baten | -68.724 | -69.083 | -71.144 | -71.287 | -71.468 | -73.241 | ||
Saldo van baten en lasten | -45.837 | -45.504 | -47.648 | -45.854 | -44.627 | -45.093 | ||
Storting in reserve | 13.851 | 230 | 187 | 43 | 151 | 0 | ||
Onttrekking aan reserve | -4.119 | -1.391 | -890 | -426 | -423 | -286 | ||
Mutatie reserves | 9.732 | -1.161 | -703 | -383 | -272 | -286 | ||
Saldo | -36.105 | -46.665 | -48.351 | -46.237 | -44.899 | -45.380 | ||
plus = nadeel, min = voordeel | |||||||||
Bedragen x € 1.000 | Rekening | Begroting | Meerjarenraming | ||||||
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | ||||
Lasten | per taakveld | ||||||||
0.1 | Bestuur | 1.889 | 1.173 | 1.053 | 1.053 | 1.053 | 1.053 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
0.2 | Burgerzaken | 1.213 | 1.022 | 1.133 | 1.131 | 1.091 | 1.091 | ||
0.4 | Overhead | 18.956 | 20.048 | 19.845 | 19.755 | 19.904 | 19.698 | ||
0.5 | Treasury | 193 | 10 | 72 | 63 | 55 | 92 | ||
0.61 | OZB woningen | 537 | 614 | 628 | 628 | 628 | 628 | ||
0.64 | Belastingen overig | 5 | 11 | 12 | 12 | 12 | 12 | ||
0.7 | Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds | 127 | 131 | 131 | 131 | 131 | 131 | ||
0.8 | Overige baten en lasten | -32 | 570 | 622 | 2.659 | 3.966 | 5.443 | ||
Subtotaal | Lasten | 22.887 | 23.579 | 23.496 | 25.432 | 26.841 | 28.148 | ||
Baten | per taakveld | ||||||||
0.1 | Bestuur | -139 | -193 | -202 | -202 | -202 | -202 | ||
0.2 | Burgerzaken | -664 | -604 | -621 | -616 | -536 | -536 | ||
0.4 | Overhead | -6.726 | -6.810 | -6.635 | -6.591 | -6.659 | -6.563 | ||
0.5 | Treasury | -1.076 | -1.211 | -1.197 | -1.373 | -1.340 | -1.307 | ||
0.61 | OZB woningen | -7.165 | -7.332 | -7.546 | -7.546 | -7.546 | -7.546 | ||
0.62 | OZB niet-woningen | -1.783 | -1.759 | -1.811 | -1.811 | -1.811 | -1.811 | ||
0.63 | Parkeerbelasting | -875 | -962 | -990 | -990 | -990 | -990 | ||
0.64 | Belastingen overig | -363 | -290 | -299 | -299 | -299 | -299 | ||
0.7 | Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds | -49.918 | -49.922 | -51.843 | -51.859 | -52.086 | -53.988 | ||
0.8 | Overige baten en lasten | -12 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Subtotaal | Baten | -68.724 | -69.083 | -71.144 | -71.287 | -71.468 | -73.241 | ||
Saldo van baten en lasten | -45.837 | -45.504 | -47.648 | -45.854 | -44.627 | -45.093 | |||
Mutatie reserves
Storting in reserve | 13.851 | 230 | 187 | 43 | 151 | 0 | |
Onttrekking aan reserve | -4.119 | -1.391 | -890 | -426 | -423 | -286 | |
Mutatie reserves | 9.732 | -1.161 | -703 | -383 | -272 | -286 | |
Resultaat programma | -36.105 | -46.665 | -48.351 | -46.237 | -44.899 | -45.380 | |
Lasten
Taakveld 0.1 Bestuur
Het voordeel op dit taakveld bedraagt € 120.000. Dit komt door:
- Door autonome ontwikkelingen binnen de salarissen en de verdeling over de taakvelden zijn de salarislasten op dit taakveld voordeliger uitgevallen ten opzichte van de begroting 2026. Een voordeel van € 127.000.
- Overige kleine afwijkingen van € 7.000 nadelig.
Taakveld 0.2 Burgerzaken
Het nadeel op dit taakveld bedraagt € 111.000. Dit komt door:
- De uitbreiding van de formatie voor een kwaliteitsmedewerker burgerzaken zoals vastgesteld bij de kadernota 2027 - 2030. Een nadeel van € 70.000.
- Een nadeel van € 41.000 door meer doorberekende salarislasten op dit taakveld.
Taakveld 0.4 Overhead
Het voordeel op overhead bedraagt € 203.000. Dit ontstaat door:
- een voordeel van € 927.000 op het meerjarig vervangingsplan GR DIT. Dit voordeel is technisch van aard en komt omdat het meerjarig vervangingsplan via de reserve "meerjarig vervangingsplan" loopt. In de begroting 2026 is daarvoor € 927.000 onttrokken aan de reserve en het budget in de exploitatie met € 927.000 verhoogd. De onttrekking aan de reserve en de ophoging van het exploitatiebudget vallen tegen elkaar weg. Dit gebeurt echter op verschillende taakvelden (reserve via taakveld 0.10 en het budget via dit taakveld 0.4). Op taakveld 0.4 is alleen de ophoging van het budget met € 927.000 te zien in de begroting 2026. In de begroting 2027 vindt geen onttrekking aan de reserve en ophoging van het budget plaats. Hierdoor is het voordelig verschil ten opzichte van de begroting 2026 € 927.000.
- een nadeel op de GR DIT van € 402.000 door indexatie salarislasten (€ 112.000), inhuur (€ 72.000), applicaties inclusief outsourcing (€ 158.000) en de verhoging van de bijdrage aan het Noord-Hollands archief (€ 60.000). De bijdrage van Bloemendaal gaat nog van deze lasten af maar dit wordt onder de baten verantwoord. Met de salarisindexatie, de kapitaallasten en de lasten van het archief is in de kadernota 2027-2030 rekening gehouden;
- een verhoging van de bijdrage aan de GR BV van € 168.000. Hiervan is € 67.000 indexatie salarislasten waarmee in de kadernota 2027-2030 rekening is gehouden;
- Het nadeel van de indexatie van de salarislasten van de overige afdelingen in de overhead bedraagt € 218.000. Hier is in de kadernota rekening mee gehouden;
- een voordeel van € 50.000 doordat in de begroting 2026 rekening is gehouden met de eenmalige implementatie van de Wet modernisering electronisch berichtenverkeer (Wembv). In de begroting 2027 vervalt dit bedrag;
- een voordeel van € 25.000 door de inzet van het bedrag gereserveerd voor overhead. In de begroting 2026 was een bedrag opgenomen van € 25.000 voor de dekking van overhead bij de uitbreiding van fte's. Dit bedrag is ingezet en vervalt daarom uit de begroting 2027;
- een nadeel van € 11.000 bestaat uit diverse kleine verschillen.
Taakveld 0.5 treasury
Het voordeel op dit taakveld bedraagt € 62.000. ten opzichte van de begroting 2026 Op dit taakveld worden de rentelasten verantwoord en per saldo (lasten - baten) doorberekend aan de taakvelden. De rente-opbrengsten (van de schatkist) worden onder de baten geraamd. Per saldo resteert een bedrag op het taakveld treasury omdat de doorberekening plaats vindt op basis van een omslagpercentage (dat een afgerond percentage is) .In 2027 resteert per saldo een voordeel van € 22.579 (lasten 2027 € 71.606 - baten 2027 € 94.185).
Taakveld 0.8 overige baten en lasten
De bedragen lopen vanaf 2028 op omdat hier de loon-prijcompensatie die via het gemeentefonds wordt verstrekt als stelpost wordt opgenomen. De stelpost loon-prijscompensatie 2027 is ingezet overeenkomstig de kadernota 2027-2030. Het bedrag voor 2027 bevat onder meer nog de structurele stelposten voor de Wet openbaarheid bestuur (WOO) van € 155.000 en de stelpost voor de WMO van € 386.000. Hier wordt in de financiële hoofdlijn onder het kopje "Overige stelposten die nu niet worden ingezet als dekkingsmiddel" verder op in gegaan.
Reserves
De storting in de reserve neemt met € 43.000 af. Dit is een voordeel dat ontstaat doordat de storting in de reserve "meerjarig vervangingsplan" GR DIT in de begroting 2027 € 43.000 lager wordt geraamd dan in de begroting 2026. Met deze reserve worden implementatielasten overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Het bedrag is hierdoor jaarlijks afwijkend.
Baten
Taakveld 0.4 overhead
Het nadeel bedraagt € 175.000. Dit ontstaat door:
- een nadeel van € 426.000 op de mutatie van het meerjarig vervangingsplan (zie lasten voor een toelichting op deze systematiek). Het vervallen van de lasten van € 927.000 (zie lasten van dit taakveld) leidt ook tot het vervallen van de bijdrage hieraan van de gemeente Bloemendaal;
- een nadeel van € 44.000 omdat de doorberekening van de GR BV aan de subsidie Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) lager uitvalt. De CDOKE gebruikt minder uren dan eerder geraamd van communicatie. De uren worden nu ingezet voor de gemeente en komen ten laste van de exploitatie;
- een voordeel van € 188.000 veroorzaakt door de hogere bijdrage van de gemeente Bloemendaal aan de lastenstijging bij de GR DIT;
- een voordeel van € 37.000 door de verhoging van de bijdrage Bloemendaal aan de organisatielasten van de IASZ;
- een voordeel van € 67.000 door de hogere bijdrage van de gemeente Bloemendaal aan de hogere lasten van de GR BV;
- een voordeel van € 3.000 door diverse kleine verschillen.
Taakveld 0.61 OZB woningen
Het voordeel op dit taakveld bedraagt € 214.000. De oorzaak hiervan is de indexatie van de OZB baten zoals deze in de kadernota van 2027 - 2030 is doorgevoerd.
Taakveld 0.62 OZB niet-woningen
Het voordeel op dit taakveld bedraagt € 52.000. Dit voordeel ontstaat door € 30.000 aan eigendom van niet-woningen en voor € 22.000 aan gebruik van niet-woningen. De oorzaak is de indexatie van de OZB baten zoals deze de kadernota van 2027 - 2030 is doorgevoerd.
Taakveld 0.63 Parkeerbelasting
Het voordeel op dit taakveld bedraagt € 28.000 door de indexatie van parkeergelden en boetes.
Taakveld 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen Gemeentefonds
Wanneer de begroting 2027 (stand Meicirculaire 2026) met de begroting 2026 (stand voorjaarsnota 2026 decembercirculaire 2025) wordt vergeleken bedraagt het voordeel € 1.921.000. Dit ontstaat door:
- Een nadeel op de algemene uitkering van € 374.000 vanwege een stijging van de WOZ waarden. Een stijging van de WOZ waarden betekent dat de gemeente Heemstede meer OZB kan heffen. Met deze eigen inkomsten wordt in het gemeentefonds rekening gehouden doordat een korting wordt toegepast op de algemene uitkering. Door de stijging van de WOZ en de daaruit voortvloeiende mogelijk hogere OZB stijgt ook de korting op het gemeentefonds.
- Mutaties in de uitkeringsfactor en de verdeling zorgen voor een voordeel van € 2.540.000. Dit ontstaat omdat het Rijk meer middelen aan het gemeentefonds heeft toegevoegd waardoor alle gemeenten en dus ook Heemstede, meer algemene middelen ontvangen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan loon-en prijsontwikkelingen en volumeontwikkeling.
- Aanpassingen in integratie en decentralisatieuitkeringen zorgen voor een nadeel van € 105.000. Dit betreft bijvoorbeeld middelen voor een specifieke taak zoals de bibliotheek.
- Het verlagen van de stelpost BCF zorgt voor een nadeel van € 135.000. Gemeenten kunnen de BTW in veel gevallen via het BTW compensatiefonds terugvragen aan de belastingdienst. Om te voorkomen dat dit een voordeel voor de gemeenten werd, is het gemeentefonds gekort met de terug te vragen BTW. Wanneer de terug te vragen BTW meer is dan de korting wordt de hele korting op het gemeentefonds doorgevoerd. Als minder dan de korting wordt teruggevraagd wordt niet de hele korting doorgevoerd maar blijft het verschil tussen de korting en het teruggevraagde bedrag in het fonds. Dit geldt voor alle gemeenten samen (macro). Gemeenten houden op basis van historische gegevens er rekening mee dat niet de hele korting wordt doorgevoerd. Wanneer blijkt dat de korting hoger of lager wordt dan waar de gemeente rekening mee heeft gehouden wordt dat aangepast. Dat gebeurt met deze post. Daarnaast stelt de provincie ook voorwaarden aan deze stelpost en toetsen zij daar ook op in het toezicht.
- Overige nadelen van in totaal € 5.000.
Reserves
De onttrekking aan de reserves valt € 836.000 lager uit. Dit is een nadeel dat ontstaat door:
- een lagere onttrekking in de begroting 2027 van € 381.000 aan de reserve "meerjarig vervangingsplan"GR DIT dan in de begroting 2026 geraamd. Dit is een nadeel. Met deze reserve worden implementatielasten ICT overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Het bedrag is hierdoor jaarlijks afwijkend;
- een nadeel van € 335.000 door een lagere onttrekking aan de algemene reserve. In de begroting 2026 is door de raad € 335.000 ten laste van de algemene reserve beschikbaar gesteld voor de Fase II gebiedsontwikkeling Goot Clooster. In 2027 wordt hier niets voor geraamd;
- een nadeel van € 12.000 door een lagere onttrekking aan de algemene reserve. Dit betrof een onttrekking in 2026 voor lasten die tot 2025 ten laste van de reserve sociaal domein werden gebracht. Nadat deze reserve door de raad is afgeschaft kwam dit bedrag ten laste van de algemene reserve. Vanaf 2027 is deze onttrekking vervallen;
- een nadeel van € 108.000 door een lagere onttrekking aan de algemene reserve. Dit hangt samen met lagere lasten voor de BUIG regeling bij sociale zaken waardoor de onttrekking vanaf 2027 niet langer noodzakelijk is.
