Het onderhoud aan de gemeentelijke woningen en gebouwen wordt aan de hand van de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) uitgevoerd. Deze wordt, zoals wettelijke vanuit het BBV (Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten) is vereist, jaarlijks (bureau-actualisatie) geactualiseerd. Periodiek wordt de MJOP tevens geactualiseerd aan de hand van (door deskundigen uit te voeren) NEN 2767 onderhoudsinspecties. Uitgangspunt voor de staat van onderhoud is “conditieniveau 3 sober doch doelmatig”. Door de Raad is vastgesteld dat we deze onderhoudsinspecties, eerder dan in het BBV is vereist, om de 3 jaar doen in plaats van om de 5 jaar. De onderhoudsinspecties zijn voor het laatst eind 2024 uitgevoerd waarna de meerjarenonderhoudsplanning 2025-2034 en de daaruit volgende jaarlijkse storting in de voorziening is vastgesteld. De volgende keer dat de onderhoudsinspecties worden uitgevoerd is dus eind 2027.
Ieder jaar wordt gestart met een actueel onderhoudsprogramma en er is daardoor geen sprake van achterstallig onderhoud en dus ook niet van kapitaalvernietiging of onveilige situaties. Het verschil tussen onderhoudsachterstand en achterstallig onderhoud staat beschreven in de notitie materiële vaste activa 2020 van de commissie BBV.
De onderhoudswerkzaamheden worden waar aan de orde zoveel mogelijk gelijktijdig uitgevoerd met de vereiste en goedgekeurde verduurzamingsmaatregelen (integrale aanpak). Voor de gebouwen met de eis energielabel A voor 2030 is dat vanuit het DMJOP. Daarnaast kan het voorkomen dat er aparte kredieten beschikbaar zijn voor gebouwen die worden verduurzaamd vanuit het energiepact. Om gebouwen naar energieneutraal of bijna energieneutraal te brengen worden indien gewenst aparte voorstellen voor het verkrijgen van krediet opgesteld. Bij alle werkzaamheden wordt gelet op uitkomsten vanuit het strategisch vastgoedbeleid. Voor geplande werkzaamheden is het mede in verband met grondige voorbereidingen steeds meer noodzakelijk om naar een periode van twee jaren te kijken.
